(Alle credits en de rechten van de Wikipedia bron zijn van toepassing)
Kopjesbekermos (Cladonia fimbriata) is een korstmossoort uit de familie Cladoniaceae. De grondschubben zijn vrij klein met een witte onderkant. Het leeft in symbiose met de alg Trebouxioid.
Determinatie
De holle, ongeveer 2 cm lange, lichtgrijze tot licht groenige stelen (podetiën) van het korstmos vrij plotseling in bokaal- tot trechtervormige bekers kunnen eindigen. De bekers zijn tot ongeveer 4 mm breed en opvallend regelmatig van vorm. De bekers zijn grijsgroen of grotendeels bruin aangelopen. De bekerrand is vaak voorzien van bruine tot zwarte puntvormige pycnidiën (kogelvormige “vruchtlichaampjes” waaruit ongeslachtelijke sporen worden afgegeven). Grondschubben zijn groen tot grijsgroen, meestal gedeeltelijk bruin aangelopen en vrij klein (1 × 3 mm). De onderkant van de grondschubben is wit. Zowel de stammetjes als de bekertjes zijn met fijne sorediën bedekt en wekt daardoor een melige uiterlijk. Apotheciën zijn bruin en zeldzaam aanwezig. Thallusschubben en podetiën kleuren rood wanneer deze met P+ worden besprenkelt.
Ecologie
Kopjesbekermos heeft een brede ecologische amplitude. Het groeit op epilitisch, terrestrisch (op zand- en zandleembodems), epifytisch (vaak op stamvoeten) en op dood hout. De soort is over het algemeen lichtminnend.
Verspreiding
Kopjesbekermos komt veel voor en komt in heel Europa In Nederland is het een vrij algemene soort. Hij is niet bedreigd en staat niet op de Nederlandse Rode Lijst.
Fotogalerij
(Alle credits en de rechten van de Wikipedia bron zijn van toepassing)